DIVERSITEIT OP KAMP, EEN SUCCESVERHAAL?

Voorbije jaren gingen reeds verschillende kampers met beperkingen mee op Joka-kamp. In deze tekst willen we een aantal ervaringen en ideeën met jullie delen.

Diversiteit is iets dat we willen nastreven bij Joka. Joka heeft oog voor mensen met beperkingen die extra aandacht kunnen gebruiken. Het werkveld waarin Joka actief is, is dus in se divers. Vandaar dat we ook alle jongeren de kans willen geven om zich vrijwillig in te zetten op een Joka-kamp, met de randbemerking dat het kamp werkbaar moet blijven.

We willen niemand op voorhand afschrijven op basis van zijn of haar beperkingen want het is moeilijk op voorhand te zeggen of jongeren met een bepaalde beperking aansluiting zullen vinden bij Joka. Twee personen met dezelfde beperking kunnen helemaal anders reageren in dezelfde situatie. Het is daarom belangrijk dat we elk individu en elke situatie apart bekijken.
In welke groep en/of in welke voorziening de jongere met z'n beperkingen terecht komt, heeft daarnaast ook een belangrijke invloed op het welslagen van het kamp. De andere mede-kampers staan er meestal wel voor open om iedereen op te nemen in de groep. Maar het kan bijvoorbeeld dat iemand met zijn beperking beter functioneert in een kleinere groep kampers dan in een grotere groep. Nadien is het nodig om elke situatie goed te evalueren en eventueel feedback te geven aan de kamper.

We willen iedereen een kans geven, maar we moeten er als organisatie voor zorgen dat het Joka-kamp niet te ver weg gaat van onze bedoeling. We willen er in de eerste plaats zijn voor de bewoners! Je bent er als kamper om net die extra aandacht te geven aan de bewoners. Er was eens een kamper met CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom) die bijna de hele dag moest rusten omdat het haar lichamelijk te zwaar werd. Wij hebben de kamper dan ook de raad gegeven een andere vorm van vrijwilligerswerk te kiezen. De bewoners verwachten namelijk een kamper die er voor hen is. En ook de medekampers verwachten van je om samen met de groep het Joka-kamp in te vullen. Tijdens een ander kamp was er een jongere die door z'n zware medicatie slaperig werd. In dat geval moeten er duidelijke afspraken gemaakt worden met de voorziening. Zo kan de jongere bijvoorbeeld elke namiddag actief mee doen, maar gaat hij/zij in de voormiddag een paar uur extra rusten. Mits goede afspraken, zullen verschillende voorzieningen en medekampers bereid zijn een mouw te passen aan de normale gang van zaken. Maar we moeten natuurlijk op de hoogte zij en dat brengt ons tot een volgend punt. Communicatie!

Open communicatie is erg belangrijk! De jongere met een beperking moet eerlijk zijn tegenover zichzelf en zelf inschatten of hij/zij de situatie zal aankunnen. Als hij/zij zich inschrijft, is het van belang duidelijk en open te communiceren over wat de gevolgen kunnen zijn van zijn/haar beperkingen. De jongere kan ook zelf inschatten welke situaties moeilijk zullen zijn. Zo kunnen wij ervoor zorgen dat de medekampers en het persoon hier voorbereid op zijn en passend zullen reageren. Zo was er eens een kamper die praktisch doof was, maar zij had dit niet laten weten aan Joka. Was het meisje bang dat wij haar zouden verbieden mee te gaan op kamp wanneer ze dit zou zeggen? Het was in ieder geval héél vervelend dat hier niemand op voorbereid was en het doof zijn van het meisje moest ontdekken op de eerste dag bij de kennismaking. Moest iedereen op de hoogte geweest zijn, konden er afspraken gemaakt worden en kon er op voorhand gezorgd worden dat dit zo goed mogelijk was opgevangen.
Ideaal is wanneer iedereen (zowel kampers als personeel) van iemands beperking op de hoogte is, maar dit moet natuurlijk in overeenstemming met de kamper gebeuren. Sommige jongeren willen niet dat hun medekampers weten welke beperking ze hebben. Eigenlijk moeten medekampers zelfs niet weten wat hij/zij precies heeft, maar ze moeten wel weten wat de gevolgen en symptomen hiervan zijn zodat ze er gepast op kunnen reageren. Eén iemand (de kampverantwoordelijke of verantwoordelijke van de voorziening) moet wel de medische achtergrond van de jongere kennen zodat er in een crisissituatie -moest die zich voordoen - gepast gereageerd kan worden.

Een ander belangrijk aandachtspunt bij een 'divers' kamp, is het bieden van extra ondersteuning en begeleiding aan de jongere. De voorziening, en meer bepaald de verantwoordelijke van het Joka-kamp, heeft een belangrijke rol in het begeleiden. Daarom is het van belang dat de toestemming van de verantwoordelijke van de voorziening gevraagd wordt en dat het personeel er volledig achter staat. Een eerste vorm van extra ondersteuning is het organiseren van een contactdag in de voorziening, deze zal in deze situatie noodzakelijk zijn. De taak van kampverantwoordelijke moet in handen liggen van een jongere die dit aankan. Ideaal is dat de kampverantwoordelijke iemand is met ervaring en die de situatie op de voet kan volgen. Natuurlijk mag deze jongere er niet alleen voor staan! Hij/zij heeft extra hulp en begeleiding nodig van de instellingsverantwoordelijke en van de meter of peter van het kamp. De meter of peter (vrijwillige ploegers) zal het kamp ook strikter moeten opvolgen. Met zijn/haar nodige ervaring van vorige jaren kan hij/zij suggesties en tips geven en bijsturen waar nodig.

Ten laatste is de ingesteldheid en motivatie van de kamper wellicht het allerbelangrijkste. Dit is trouwens een basisregel voor alle kampers. Cru gezegd: als je niet meegaat met de ingesteldheid om iets te willen betekenen voor de bewoners, dan kan je beter niet meegaan met Joka. Als je meegaat met Joka om andere jongeren te leren kennen (dit kan een zijdoel zijn, maar niet het hoofddoel), kies je beter een kamp waar dat het doel op zich is.

Je kan je afvragen of een kamp met een aantal jongeren met een beperking goed zal functioneren. Het is een feit dat, als verschillende jongeren extra begeleid moeten worden, dit veel energie vraagt. Het is niet aangewezen dat de groep zich in alle bochten moet wringen om altijd rekening te kunnen houden voor de jongere. Kortom, het mag niet té zwaar wegen op de andere kampers en het hele gebeuren. Maar iedereen heeft zijn heeft zijn eigen gebrekenen sommige kunnen daar wonderwel mee overweg. Sommige hebben een eigen manier gevonden om met de beperking om te gaan. Daarom moeten we geval per geval apart blijven bekijken!

Of het kamp en de integratie van de jongere een succesverhaal wordt, hangt dus af van verschillende factoren. Elk jaar zijn er succesverhalen en minder goede verhalen. Er schreef zich bijvoorbeeld een meisje in met autisme en ADHD voor twee Joka-kampen. De informatie die we op voorhand kregen van haar moeder speelden we door naar de kampverantwoordelijke en de voorziening. Tijdens een kampbezoek spraken we haar aan, maar ze gaf een zeer schuchtere blik. Ze was vrij onzeker in wat ze deed en ze stelde alles in vraag, wist de kampverantwoordelijke te vertellen. Gelukkig was de kampverantwoordelijke een meisje dat zelf bij kinderen met autisme werkte dus zij wist hoe dit ziektebeeld ineen zit en kon er gepast op reageren. Maar toen we het meisje zagen toestappen naar een bewoner, praatte ze van persoon tot persoon zonder veel problemen. Ze bloeide open. Ze was waar ze moest zijn... Ook bij het andere kamp deed ze zeer goed haar best, zowel naar de bewoners toe als in de groep. De verantwoordelijke zei: "Ik begrijp dat de moeder bezorgd was, want iemand als zij wordt af en toe niet begrepen op school of bij leeftijdsgenoten. Hier heeft de groep het bewust opgenomen om haar een plaats te geven en haar eigenheid te gunnen. Ik ben blij dat dit gelukt is."